Uitbraakmeldingen

De dreiging van uitbraken met (resistente) micro-organismen is voor het Centrum Infectieziektebestrijding (CIb) en de Nederlandse Vereniging voor Medische Microbiologie (NVMM) aanleiding geweest om samen met de Vereniging voor Hygiëne & Infectiepreventie in de Gezondheidszorg (VHIG) een signaleringsoverleg in te richten voor uitbraken van infecties binnen zorginstellingen. Het SO-ZI/AMR is gestart in april 2012. Meldingen kunnen plaatsvinden via de (besloten) website van de NVMM. Een belangrijk criterium voor melding is wanneer de continuïteit van zorg in gevaar komt (b.v. sluiting van een afdeling). Signalen komen in eerste instantie van ziekenhuizen, maar ook andere zorginstellingen mogen melden. Tijdens het overleg worden signalen besproken en worden de mogelijke consequenties voor (andere) zorginstellingen, voor professionals en voor risicogroepen in de bevolking beoordeeld. Het overleg beoordeelt niet de kwaliteit van de infectiepreventiemaatregelen binnen de instelling. Het SO- ZI/AMR vindt plaatst op elke 2de dinsdag van de maand. Infectiepreventieprofessionals worden via het daaropvolgende wekelijks overzicht van infectieziektesignalen geïnformeerd over actuele uitbraken in Nederland

Signalen kunnen gemeld worden via de website van de NVMM (alleen door artsen-microbioloog nadat zij ingelogd zijn) of via het contactformulier (voor andere professionals werkzaam in de infectieziekten).

Meldingscriteria zijn: 

  • Uitbraken die de toegankelijkheid van de zorg negatief beïnvloeden (of bij een dreiging hiertoe). In de praktijk betekent dit melding bij (dreigende) sluiting van (een deel van) een afdeling.

  •  Uitbraken waarbij, ondanks ingestelde infectiepreventiemaatregelen, transmissie blijft bestaan.

De definitie betreft zowel uitbraken met resistente micro-organismen als uitbraken met niet-resistente micro-organismen (zoalsClostridium difficile). Een uitbraak met bijvoorbeeld norovirus of MRSA wordt in principe niet gemeld, maar wei als hierdoor een afdeling gesloten wordt of de transmissie niet onder controle komt. Op deze manier is er een optimum gezocht tussen laagdrempelig melden (te belastend en niet zinvol) en pas bij grote problemen melden. 

Classificatie/Fasering van een uitbraak:

Er worden 6 fasen onderscheiden:

Fase 1: Geen verdere implicaties voor de (publieke) zorg verwacht, en naar verwachting zal het signaal spoedig van de website verdwijnen. Een signaal kan maximaal 2 maanden in fase 1 verblijven.

Fase 2: Aanvullende informatie nodig voor beoordeling, duurt langer dan verwacht: informatie opvragen.

Fase 3: Mogelijke dreiging, vertegenwoordigers van de instelling(en) waar het probleem zich voordoet contacteren of uitnodigen.

Fase 4: Reactie is onvoldoende, aanpak niet effectief, hulpvraag vanuit uitbraakteam: ondersteuning aanbieden.

Fase 5: Na meerdere interacties nog steeds onvoldoende effectieve actie of ondersteuning wordt afgehouden: overleg met IGZ om hulp te laten accepteren.

Fase 0: Afgerond. Een signaal in fase 0 blijft nog 6 maanden zichtbaar op de NVMM website.


Meer informatie is beschikbaar in de brief van het ministerie VWS. (zie bijlage)

U kunt contact opnemen met de Commissie Uitbraaksignalering via het contactformulier. Voor vragen kunt u contact opnemen via dit formulier.