Naam

Onderstaand de 10 kennisvragen uit de Kennisagenda Duurzaamheid. Waar relevant voor de medische microbiologie zijn ook kennis(sub)vragen vermeld. In totaal gaat het om 22 vragen.

Wanneer u een bijdrage wilt leveren, wilt u dan aangeven welke rol u voor ogen heeft:

  • Initiatiefnemer of coördinator bij het opstellen van een onderzoeksvoorstel
  • Deelnemer om mee te denken en aan te sluiten bij de uitwerking van een onderzoeksvoorstel

Wanneer u aan een kennis(sub)vraag geen bijdrage wilt leveren, hoeft u dus niets in te vullen.

De kennis(sub)vragen

1. Hoe wegen we milieu-impact als parameter van kwalitatief goede medisch-specialistische zorg?
2. Hoe kan duurzaam gedrag bij zorgverleners in de medisch-specialistische zorg vergroot worden?
3. Hoe kunnen infectiepreventiemaatregelen in de medisch-specialistische zorg worden toegepast op een manier die zowel voldoende effectief is in het voorkomen van infecties en verspreiding van pathogenen als duurzaam ten aanzien van materiaalgebruik en milieu-impact?
3.1 Welke mate van bescherming (NEN-norm) zou gebruikt kunnen worden bij herbruikbare isolatiejassen en hoe zou het proces van implementeren zo duurzaam mogelijk ingericht kunnen worden ten opzichte van disposable isolatiejassen op gebied van afval, gebruik van water, gebruik van grondstoffen, CO2 uitstoot, logistieke processen en infrastructuur, personeelsinzet, gebruikersvriendelijkheid?
3.2 Bij welke medische hulpmiddelen en medische procedures, waarbij nu reiniging, desinfectie én sterilisatie van deze middelen wordt uitgevoerd, kan worden volstaan met reiniging en sterilisatie of reiniging en desinfectie? Is dit binnen de huidige wet- en regelgeving in te passen?
3.3 Zijn isolatie- en infectiepreventiemaatregelen noodzakelijk voor alle Clostridioides difficile ribotypes in het voorkomen van Clostridioides difficile transmissie en infectie? De aparte onderdelen van de bundel moeten daarbij goed in kaart gebracht worden, naast de algemene voorzorgsmaatregelen en infrastructuur (pospoelers etc.). Hierbij is C. difficile een micro-organisme welke als “pilot” zou kunnen dienen voor andere micro-organismen. Omdat voor dit micro-organisme mogelijk al veel praktijkvariatie bestaat, kan dit multicenter opgepakt worden, waarbij een observationele cluster “platform” trial vorm gebruikt kan worden.
3.4 Voor gebruik van isolatiejassen bij respiratoire virussen is in het ENVI-GO-PAN project (ZonMw) een review gedaan, met een uitkomst dat virussen overleven op kleding, maar het is onduidelijk of deze transmissie vervolgens ook leidt tot besmetting van de omgeving of tot infecties bij medewerkers of andere patiënten. Dit zou verder uitgewerkt kunnen worden in een simulatiestudie.
3.5 Rondom puncties/biopsies/injecties is aangegeven dat onderzoek nodig is om duidelijker antwoord te geven op de vraag wat de minimale set aan infectiepreventiemaatregelen zou moeten zijn bij het uitvoeren hiervan. Hierbij zou een punctie uit categorie 3 als pilot genomen kunnen worden, bijvoorbeeld orgaanpuncties.
3.6 Om in kaart te brengen welk bewijs, naast randomized controlled trials, gebruikt kan worden om infectiepreventiemaatregelen in richtlijnen beter te onderbouwen, zoals informatie uit simulatiestudies, informatie uit gepubliceerde uitbraken, en basaal microbiologische kennis, kan een Delphi-studie opgezet worden. Dit zou mooi aansluiten op het project “Uniforme beoordeling van passend bewijs” van de Federatie Medisch Specialisten.
4. Wat is de milieu-impact van veelgebruikte laboratoriumtesten (zoals urinekweken, diverse bloedtesten) en hoe kunnen duurzamere keuzes op het gebied van de laboratoriumflow, de frequentie en manier van afname gemaakt worden, met behoud van kwaliteit van zorg en gezondheid?
4.1 Wat is de gemiddelde milieu-impact van de 100 meest gebruikte medische diagnostische lab procedures, en welke onderdelen van het diagnostisch proces dragen het meest bij aan deze impact?
4.2 Hoe kunnen laboratoriumprocessen worden geoptimaliseerd om de milieu-impact te verminderen en kwaliteit van zorg te behouden?
4.3 Wat is de ecologische voetafdruk van het uitvoeren van een urinekweek of andere vaak afgenomen kweken en welke maatregelen kunnen bijdragen aan het verkleinen van deze voetafdruk? Voor de beantwoording van deze kennisvraag is een combinatie van Life Cycle Assessment (LCA) en Health Technology Assessment (HTA) nodig. Daarnaast landelijke inventarisatie van praktijkvariatie, alsmede verzameling van bestaande data van indicaties en uitkomsten van testen. Op basis van epidemiologische analyses kan een beslismodel gemaakt en gevalideerd worden zodat beter gestuurd kan worden op juiste indicatie om zo onnodige diagnostiek te voorkomen.
5. Welke follow-up (onderzoeken, controle afspraken) kan worden verminderd in frequentie of in intensiteit om milieu-impact te verminderen, met behoud van kwaliteit van zorg?
6. Hoe kunnen digitale zorgvormen op afstand (zoals teleconsulten en thuismonitoring) bijdragen aan het verminderen van de milieu-impact zonder verlies van kwaliteit, patiëntveiligheid, patiënttevredenheid?
6.1 Wat is de patiënttevredenheid en risico op SEH-bezoek ten aanzien van digitale na/wondzorg na een ingreep, aangevuld met bijvoorbeeld fotomateriaal via telemonitoring
7. Hoe beïnvloedt wetgeving zoals de Medical Device Regulation of de Geneesmiddelenwet het duurzaam gebruik van medische hulpmiddelen of geneesmiddelen in de klinische praktijk, en welke vormen van bewijs zijn nodig om veilige en duurzame alternatieven toe te passen binnen geldende kaders?
7.1 Welke duurzame alternatieven voor het (her)gebruik van medische hulpmiddelen of geneesmiddelen worden in de klinische praktijk overwogen of toegepast?
8. Wat is het effect en de winst van het vervangen van wegwerpmaterialen in de zorg, met name absorberende hygiëneproducten voor urine en fecale incontinentie, of vaginaal bloedverlies of afscheiding, door duurzame, herbruikbare wasbare alternatieven bij verschillende doelgroepen (zoals jonge kinderen, mensen met een verstandelijke beperking, rolstoel-gebonden patiënten en ouderen thuis of in verpleeghuizen)?
9. Hoe kan passende zorg rondom geneesmiddelen worden vormgegeven waarbij een integrale afweging gemaakt wordt tussen effectiviteit, werkdruk, kosten en milieu-impact, in samenspraak met de patiënt?
9.1 Kunnen intraveneuze geneesmiddelen doorgebruikt worden bij meerdere patiënten?
10. Welke strategieën kunnen helpen om AI, dataopslag en databeheer op een duurzame manier in te zetten in de zorg? Kunnen we extra milieu-impact hiervan niet alleen minimaliseren, maar duurzaamheid zelfs vergroten door innovatieve, baanbrekende insteken ten opzichte van conventionele zorgprocessen?