Validatie van nieuwe testen en onderzoeken

Voor het begrijpen van onderstaande informatie over validatie van nieuwe testen en onderzoeken is achtergrondkennis, die beschreven is op deze pagina, vereist.

Wat is valideren?
Er worden continu nieuwe testen en onderzoeken ontwikkeld en op de markt gebracht. Voordat deze testen gebruikt kunnen worden, moeten ze worden gevalideerd. Dit houdt in dat wordt bepaald of de eigenschappen goed genoeg zijn. Denk hierbij aan de sensitiviteit en specificiteit, maar ook aan bijvoorbeeld de herhaalbaarheid: geeft de test dezelfde uitslag als je een aantal keer hetzelfde test? Met een validatie bepaal je dus hoe betrouwbaar de test is of simpel gezegd, wat je eraan hebt.

Hoe wordt er gevalideerd?
Voordat de fabrikant een test op de markt brengt, valideren zij hem ook zelf. Vaak is dit een technische validatie. Een voorbeeld hiervan is kijken of een PCR-test een virus detecteert door alleen het virus in de test te doen. Voordat een test in de medische praktijk gebruikt kan worden, moet deze ook klinisch gevalideerd zijn. Het verschil met technisch valideren is dat bij klinisch valideren het hele proces van afname bij te patiënt tot verwerking op het laboratorium wordt meegenomen. Daarbij wordt ook het doel van de test meegenomen. Als de test bijvoorbeeld bedoeld is om een luchtweginfectie aan te tonen, wordt de test op bijvoorbeeld sputum gevalideerd. Zo kun je zien of de aanwezigheid van cellen, bacteriën of eventueel andere virussen invloed heeft op de uitslag van de test. Vaak wordt een nieuwe test vergeleken met een test waarvan deze eigenschappen bekend zijn (of een bekende betrouwbare test) om zo de eigenschappen van de nieuwe test te bepalen.

Een medisch microbiologisch laboratorium (MML) kan gevraagd worden om de prestatie-eigenschappen van de nieuwe methode, klinisch te valideren. Het MML kan testen of de eigenschappen/kenmerken van de test, bij uitvoeren van de test op het eigen laboratorium en met een specifieke patiëntengroep, voldoende zijn.

Waarom willen fabrikanten/bedrijven hun ontwikkelde test laten valideren? Wat kunnen ze daarmee?
Voordat een test klinisch gevalideerd is, kan deze al tot de markt zijn toegelaten. Een CE-keurmerk is hiervoor wel vereist. Een test kan pas betrouwbaar worden ingezet voor de medische diagnostiek als deze klinisch gevalideerd is. Het is voor een fabrikant/bedrijf dus belangrijk dat er een goede validatie uitgevoerd wordt voor de test met relevante patiëntengroepen. Andere zorgverleners weten dan wat de waarde van de test in de praktijk is.

Hoe kunnen fabrikanten/bedrijven die een test hebben ontwikkeld contact leggen met een MML en waarom werken labs hier mee aan de validatie?
Fabrikanten/bedrijven kunnen zelfstandig contact leggen met een MML. De artsen-microbioloog of teamleiders van het MML kunnen dan beslissen om mee te werken aan de klinische validatie van de methode. Laboratoria werken meestal op vrijwillige basis en zonder vergoeding mee aan validaties, omdat zij het goed voor de patiëntenzorg vinden dat er betrouwbare testen zijn. MML’s zijn dus niet verplicht om mee te werken aan validaties.

Op basis van welke criteria wordt de validatie door een MML gedaan?
Wetenschappelijk onderzoek en wetenschappelijke literatuur vormen de basis voor de validatie. Er wordt een validatieplan gemaakt, waarin ook de eisen waar de test aan moet voldoen beschreven staan. De resultaten van de validatie worden beschreven in een validatieverslag, die wordt geschreven door bevoegde laboratoriummedewerkers. Alleen als de test voldoet aan de vooraf gestelde eisen, mag het gebruikt worden voor de dagelijkse medische diagnostiek.
Ook de testen om SARS-CoV-2 aan te tonen horen deze procedure te volgen.

Welke eigenschappen worden precies gevalideerd?
Welke eigenschappen er precies getest worden hangt af van het soort test en van het doel van de test. Er zijn veel kenmerken, zoals juistheid, herhaalbaarheid, reproduceerbaarheid, sensitiviteit, specificiteit, robuustheid en meetonzekerheid. Eigenschappen waar het vaakst naar gekeken wordt zijn de sensitiviteit en de specificiteit van de test. Deze maken onderdeel uit van algemene principes in de diagnostiek. Voor meer informatie hierover kunt u terecht op deze pagina.

Welke rol spelen de validaties bij de implementatie van nieuwe COVID-19 testen?
In het kader van de COVID-19 pandemie wordt er door MML’s in groter verband samengewerkt met het Ministerie van VWS, het RIVM en andere organisaties om zo snel en zo correct mogelijk te komen tot validatie en implementatie van nieuwe testen zoals antigeen(snel)testen, serologische testen en PCR testen.

Is validatie van een test door een MML een vereiste om toegang te verkrijgen tot de (Nederlandse) markt?
Nee, dit is niet vereist. De validatie wordt gedaan om de bruikbaarheid van de test te onderzoeken. Een niet-gevalideerde test moet daarom altijd eerst een validatie ondergaan voordat deze in praktijk gebracht kan worden. Hier vindt u de bijzondere eisen voor kwaliteit en competentie waar MML’s aan moeten voldoen.

Welke instantie bepaalt welke test(en) toegepast worden in ziekenhuizen en GGD’en?
In principe bepalen de laboratoria dat zelf. Het Landelijk Consortium Hulpmiddelen (LCH) verzorgt de centrale inkoop van medische hulpmiddelen en persoonlijke beschermingsmiddelen voor de zorg, waaronder diagnostische testen. Het RIVM controleert alle middelen die het LCH inkoopt. Elk laboratorium en elke aanvragende arts is zelf verantwoordelijk erop toe te zien dat aangeschafte testen voor een specifiek gebruik afdoende gevalideerd zijn.