Algemene principes diagnostiek

Algemene principes diagnostiek

Met een medisch diagnostische test probeert men bepaalde vragen te beantwoorden, zoals bijvoorbeeld of een patiënt een bepaalde ziekte heeft. Het interpreteren van medische diagnostische testuitslagen is over het algemeen ingewikkelder dan het op het eerste oog lijkt, vaak is er geen ja/nee antwoord. Dit geldt met name ook voor medisch microbiologische diagnostiek. Bacteriën, virussen, schimmels en parasieten zijn immers overal te vinden, ook in en op ons lichaam. Als een bepaald micro-organisme gevonden wordt, wil dat niet per se zeggen dat deze ook ziekte veroorzaakt. De betekenis van de uitslag van een test is daarom afhankelijk van verschillende factoren, zoals bijvoorbeeld de klachten van de patiënt en de voorgeschiedenis.

Er zijn verschillende testtechnieken binnen de microbiologie, zoals PCR, serologie en antigeentesten. Het is belangrijk om je bij elke test af te vragen of de test het antwoord gaat geven op de vraag die je beantwoord wil hebben. Om een voorbeeld te geven, als je wil weten of iemand op dit moment besmet is met een bepaald virus, kun je beter een PCR test doen dan een antistoftest. Als je wil weten of iemand ooit besmet is geweest, geldt het omgekeerde.

Of een bepaalde vraag kan worden beantwoord, hangt ook af van de eigenschappen van de test, de zogenaamde testkarakteristieken. De belangrijkste karakteristieken zijn de sensitiviteit, specificiteit, positief voorspellende waarde en negatief voorspellende waarde.

De sensitiviteit en specificiteit geven de betrouwbaarheid van een test weer. De sensitiviteit zegt iets over hoe goed de test iets detecteert. De specificiteit zegt iets over of de test negatief is als datgene wat je zoekt niet aanwezig is. Een test op een virus met een hoge sensitiviteit en een lage specificiteit zal bijvoorbeeld alle gevallen van het virus oppikken (weinig valsnegatieve uitslagen), maar ook veel gevallen zonder het virus (veel valspositieve uitslagen).
Sensitiviteit en specificiteit zijn pure testkarakteristieken. Ze geven aan hoe goed een test het doet. Je kunt de sensitiviteit uitrekenen door een groep mensen te nemen die het virus zeker heeft en te kijken in hoeveel procent de test positief is. Je kunt de specificiteit uitrekenen door een groep mensen te nemen die het virus zeker niet heeft en te kijken in hoeveel procent de test negatief is. Het is hierbij goed om te realiseren dat bijna geen enkele test een sensitiviteit en/of specificiteit van 100% heeft. Dit komt door verschillende factoren, zoals onder andere de biologische variatie.

De positief voorspellende waarde en negatief voorspellende waarde zijn iets moeilijker te bepalen. Deze zeggen iets over de waarde van een test bij een bepaald voorkomen van het virus. De positief voorspellende waarde geeft aan wat de kans is dat iemand de ziekte daadwerkelijk heeft bij een positieve testuitslag, de negatief voorspellende waarde geeft aan wat de kans is dat iemand de ziekte daadwerkelijk niet heeft bij een negatieve uitslag. Het voorkomen van het virus is hierbij heel erg belangrijk. Als het virus nauwelijks voorkomt, dan kan de positief voorspellende waarde laag zijn, ook al is de specificiteit hoog (bijv 98%). Als het virus heel veel voorkomt, kan de negatief voorspellende waarde laag zijn, ook al is de sensitiviteit heel hoog. Alleen als de sensitiviteit en specificiteit 100% zijn, zijn de negatief voorspellende waarde resp positief voorspellende waarde ook 100%.

Elke test die in Nederlandse medisch microbiologische laboratoria (MML) wordt gebruikt, wordt uitgebreid gevalideerd. Dit betekent onder andere dat men heel precies probeert te bepalen wat de sensitiviteit en specificiteit zijn. Op deze manier kun je er zeker van zijn dat de testen die in de MMLs worden gebruikt ook betrouwbaar zijn.

COVID-19
Voor COVID-19-diagnostiek gelden bovengenoemde principes ook. Aangezien de testtechnieken gericht zijn op SARS-CoV-2, het virus dat de ziekte COVID-19 veroorzaakt, moet de uitslag van de test voor specifieke vraagstellingen gecombineerd worden met meer informatie, zoals bijvoorbeeld het al dan niet hebben van klachten of de eerste ziektedag van de patiënt. Om een paar voorbeelden van vragen te geven:

Is de persoon besmet met SARS-CoV-2?
Bij deze vraag wil je eigenlijk iedereen die het virus heeft detecteren. Het is dus van belang om een test met een hoge sensitiviteit te gebruiken.

Is de persoon besmettelijk?
Besmettelijkheid is afhankelijk van verschillende factoren, waaronder de hoeveelheid virus die een persoon heeft. Aangezien heel lage hoeveelheden virus waarschijnlijk niet bijdragen aan besmettelijkheid, mag de sensitiviteit voor het beantwoorden van deze vraag dus lager zijn. Overigens kan een persoon met lage hoeveelheden virus nog wel besmettelijk worden, bijvoorbeeld omdat hij/zij nog aan het begin van de infectie zit. Het is dus ook belangrijk om meer informatie te hebben, zoals bijvoorbeeld een eerste ziektedag.

Heeft de persoon COVID-19?
COVID-19 is de ziekte die veroorzaakt wordt door SARS-CoV-2. Mensen die besmet zijn met SARS-CoV-2 maar geen symptomen hebben, hebben dus geen COVID-19. Alleen een test op SARS-CoV-2 is dus niet voldoende om de ziekte vast te stellen, naast een positieve test moet de persoon ook symptomen van COVID-19 hebben. Andersom geldt dat er ook mensen zijn die wel COVID-19 hebben, maar waarbij het virus niet meer is aan te tonen. Dit komt omdat de ziekte nog kan doorgaan, terwijl het virus al is geklaard door het lichaam. Hierbij is het dus van belang om de eerste ziektedag te weten, zeker als de test negatief is. Je kunt zelfs zeggen dat de sensitiviteit van een SARS-CoV-2 test voor het bepalen van COVID-19 mede afhankelijk is van het moment van afname in het ziektebeloop.

Kortom, de diagnostiek naar SARS-CoV-2/COVID-19 is ingewikkelder dan in eerste instantie lijkt. Afhankelijk van wat je precies wil weten, moeten de diagnostische testen aan verschillende eigenschappen voldoen, waarbij soms ook meer informatie nodig is dan alleen de uitslag van de test. Aangezien SARS-CoV-2 pas relatief kort geleden is ontdekt, leren we elke dag steeds meer over de waarde van de diagnostiek en hoe je de verschillende technieken het best kan gebruiken. Veel NVMM-leden dragen bij aan deze kennis, vaak samen met het RIVM. Zij doen niet alleen validaties van testen, maar helpen bijvoorbeeld ook bij het signaleren van bijzonderheden en het bijhouden en aanleveren van data om het virus in het oog te houden.