Op audiëntie bij de auditor
De medische microbiologie heeft een lange traditie van kwaliteitsdenken. Rondzendingen van de SKMM hadden daarbij altijd de insteek om niet alleen technisch de vaardigheden van een MML te toetsen, maar waren bovendien voorzien van een medische context in de vorm van een korte casus beschrijving. Bij de overgang naar SKML is deze aanpak meegenomen door inbreng vanuit de medische microbiologie. Daarnaast werden en worden rondzendingen besproken en bediscussieerd in de verschillende vakgebiedgeoriënteerde werkgroepen. Los van deze rondzendingen worden ontwikkelingen en ervaringen in diagnostiek en therapie in deze werkgroepen met elkaar gedeeld.
De beroepsvisitaties toetsen het professionele functioneren van de artsen-microbioloog, daarbij uitgaande van het beroepsprofiel, waarin de geïntegreerde taakset van de arts-microbioloog wordt beschreven. Het functioneren in vakgroep en organisatie ten behoeve van patiënt, aanvrager en volksgezondheid wordt onder de loep genomen. Er loopt op dit moment een onderzoek naar de resultaten van alle visitaties van de afgelopen 10 jaar en de resultaten zullen gebruikt worden om de visitaties nog beter te maken.
Naast medisch-professioneel wordt het MML ook meer procesmatig onder de loep genomen. De meeste MML’s zijn inmiddels CCKL-geaccrediteerd of zijn ver in dit proces gevorderd. Hoewel de insteek van de CCKL gericht is op borging van processen, zorgt de inzet van professionals vanuit de NVMM er voor dat er wel degelijk vakinhoudelijk getoetst wordt. Uiteindelijk gaat het erom dat de patiënt er beter van wordt en niet of een MML een reproduceerbare uitslag met 3 cijfers achter de komma kan leveren.
In 2008 heeft de Inspectie voor de Gezondheidszorg een rapport gepubliceerd over de MML’s. Het was een mooi rapport waarvoor we van opa en oma vast een leuke stuiver in ons knuistje gedrukt hadden gekregen. Uiteraard waren er verbeterpunten, maar over de brede linie was het een pluim op onze hoed. De insteek die de IGZ altijd kiest is die van controleur van de normen die door het beroepsveld zelf zijn opgesteld. Dat betekent dat bij het opstellen van richtlijnen rekening gehouden moet worden met toetsing door derden. Immers, niemand garandeert dat een norm naar de geest in plaats van naar de letter wordt gelezen. Zo kan een streefnorm uitgelegd worden als een minimumnorm en kan een norm met politieke doelen leiden tot grote onbedoelde problemen. Dat laatste is wat we van de perikelen rond de IC’s mogen leren.
Op de voorjaarsvergadering heeft de Commissie Kwaliteitsbevordering een sessie verzorgd met als insteek het entameren van een discussie over richtlijnen en normen. De NVMM participeert vaak in multidisciplinaire richtlijnen, maar binnen ons vak zijn er slechts enkele richtlijnen te vinden. Dat is enerzijds wellicht verstandig, anderzijds ontneemt ons dat een kans om kennis te delen. De medische microbiologie ontwikkelt zich nog steeds snel en onze pathogene vrienden (ik bedoel hier uiteraard de niet-humane varianten) zitten niet stil. Dat betekent enerzijds dat nieuwe informatie snel beschikbaar moet komen, anderzijds dat deze informatie snel veroudert. Gechargeerd gesteld: tegen de tijd dat een richtlijn is opgesteld is deze niet meer nodig en verouderd. De Commissie Kwaliteitsbevordering onderzoekt daarom de mogelijkheid om kennis te delen via wiki en thema-sites. Daardoor kunnen we inderdaad snel kennis delen, maar het moet wel duidelijk zijn wat de kwaliteit is van deze kennis (de evidence), commentaar moet zichtbaar zijn en de kennis moet up-to-date blijven (moderator?). Een leuke en uitdagende taak.
Het mag duidelijk zijn dat we processen moeten borgen, dat we kwaliteit moeten bewaken, maar we willen ook kennis kunnen delen en we willen ook nog met ons vak bezig kunnen zijn. De toekomst op dit vlak ligt in onze handen. Rondzendingen, werkgroepen, visitaties, CCKL, opstellen van richtlijnen, we doen het allemaal zelf. We dragen allen ons steentje bij om de kwaliteit te verhogen, om onze vakbroeders te helpen en niet om elkaar de maat te nemen of bureaucraten te voorzien van kille cijfers. We zijn er voor de patiënt, de aanvrager en de volksgezondheid en last but not least voor onszelf, omdat we zo’n ontzettend mooi vak hebben. Laten we het zo houden.
